Op 25 september vulde de TheaterHangaar in Katwijk, bekend van de musical Soldaat van Oranje, zich met honderden bezoekers voor het Anders Denken Symposium. Het thema van dit jaar: ‘Verkeerd Verbonden’. Een titel die uitnodigt om stil te staan bij de manier waarop we met elkaar, met onszelf en met de samenleving in verbinding staan. Het programma bood een mix van inhoud, persoonlijke verhalen en theater. Op het draaiende podium wisselden sprekers elkaar af, terwijl korte theaterstukjes tussendoor het thema vanuit onverwachte hoeken lieten zien. Dit maakte dat deze avond niet alleen kennis bood, maar ook echt onder de huid kroop.

De paradox van autonomie en mentale gezondheid
De aftrap werd verzorgd door psychiater Damiaan Denys, die het publiek meenam in een paradox die in Nederland steeds zichtbaarder wordt: we behoren tot de rijkste landen ter wereld, scoren al jaren hoog op het World Happiness Report, en toch kampt één op de vier mensen met psychische klachten. Hoe kan dat? Denys liet zien dat ons streven naar autonomie (volgens hem onder te verdelen in authenticiteit, vrijheid, onafhankelijkheid en handelingsbekwaamheid), ons soms juist gevangen zet. Technologie en consumptie beloven vrijheid, maar maken ons afhankelijker dan ooit. De drang om autonoom te zijn leidt tot stress, angst en een gevoel van tekortschieten. Denys liet dit zien met gekscherende voorbeelden uit de zoektocht naar ‘jezelf’: mensen boeken massaal yogaretraites op Bali of drinken ayahuasca. Maar omdat iedereen massaal precies hetzelfde doet, wordt zelfs die zoektocht naar autonomie een collectieve trend.
Zijn boodschap was confronterend, maar ook hoopvol: verbinding vraagt om kwetsbaarheid. Vertrouwen komt niet voort uit controle, maar uit openheid en tijd. Of, zoals hij het zei: “Laat in plaats van alleen je front-office ook eens je back-office zien.”
Veerkracht na de Bataclan
Daarna volgde een persoonlijk en indringend verhaal van Ferry Zandvliet, voormalig fysiotherapeut en overlevende van de Bataclan-aanslag in Parijs (2015). Hij vertelde hoe de aanslag zijn leven voorgoed veranderde en hoe het hem dwong zijn houding ten opzichte van het leven radicaal te herzien. Zijn kernboodschap: je hebt geen controle over wat je overkomt, maar wel over hoe je ermee omgaat. Het besef dat hijzelf verantwoordelijk was voor zijn houding werd de sleutel tot herstel van trauma en posttraumatische stress. Hulp zoeken, praten, dankbaarheid en dagelijkse rituelen zoals meditatie maakten het verschil.
Voor hem waren op het gebied van revalidatie vooral de momenten waarbij menselijkheid door protocollen heen brak bijzonder. Zo gaf een politieagent hem na zijn aangifte een dikke knuffel. Een huisarts deelde haar privénummer omdat ze voelde dat hij steun nodig had, ook al wist ze niet goed hoe ze hem kon helpen. En nog geen paar uur na de aanslag kreeg hij een slaapplek aangeboden bij een Frans stel. Juist die kleine, menselijke gebaren maakten het verschil.
Verslaving stopt niet bij afkicken
Na de pauze nam Ricardo McDougal, beter bekend als Rico van de rapformatie Opgezwolle, het woord. Hij sprak open over zijn twintig jaar durende strijd met verslaving. Hij vertelde over talloze detoxopnames, terugvallen en de constante aanwezigheid van verleiding. Zo beschreef hij dat zelfs een alledaags moment, zoals het betreden van een toilet, voor hem nog steeds een trigger kan zijn die de gedachte aan gebruiken oproept. Zijn verhaal maakte duidelijk dat verslaving niet alleen ‘de junk onder de brug zonder schoenen’ is, maar in alle lagen van de samenleving voorkomt. Volgens Rico is herstel meer dan clean worden, zijn of blijven. Het gaat om een proces van zelfliefde, gedragsverandering en verbinding met anderen. Voor hem zijn het twaalfstappenprogramma en praatgroepen, maar ook de wens om zijn kinderen een ander voorbeeld te geven, de hoekstenen geweest van zijn herstel. “Je blijft altijd verslaafd,” zei hij, “maar je kunt wel leren een beter mens te worden.”
Zijn verhaal raakte omdat het liet zien hoe isolatie en schaamte je verkeerd kunnen verbinden met jezelf en je omgeving. Het doorbreken daarvan vraagt moed.
Taal, gender en ongelijkheid
Tot slot nam Japke-d. Bouma het publiek op een humoristische manier mee in de wereld van ongelijkheid op de werkvloer, met een scherpe blik op de rol van cultuur en taal. Vrouwen krijgen nog altijd de kleine klusjes zoals koffie halen, worden sneller onderbroken en kampen ook vandaag de dag nog met discriminatie. Maar ook subtielere mechanismen in bijvoorbeeld taal spelen mee: mannen worden in beoordelingen vaak ‘competent’ en ‘betrouwbaar’ genoemd, terwijl vrouwen met dezelfde competenties of ervaring ‘enthousiast’ of ‘zorgzaam’ heten: woorden die minder zwaar wegen in promotiebeslissingen.
Taal blijkt een krachtig instrument dat ongelijkheid in stand houdt. Woorden als ‘powervrouw’, ‘dat mens’ of ‘papadag’ lijken onschuldig, maar benadrukken juist dat gedrag van vrouwen en mannen als afwijkend wordt gezien. Het verhaal riep op om die labels los te laten en elkaar als mens te zien, los van stereotype verwachtingen. De oproep was duidelijk: verbind door gelijkwaardigheid, niet door etiketten.

Alles draait om verbinding
Aan het eind van het Anders Denken Symposium bleef vooral dit hangen: verkeerd verbonden zijn we allemaal wel eens. Door onze telefoon, door protocollen, door verslaving of door vooroordelen. Maar in alle verhalen klonk ook dezelfde hoop: de mogelijkheid om opnieuw en beter verbinding te maken. En dat vraagt om kwetsbaarheid, menselijkheid en gelijkwaardigheid. Dat is geen snelle oplossing, maar een proces van tijd, aandacht en moed.
