In tijden van crisis, zoals een pandemie, vallen veel lokale bedrijven om. Toch verschilt de economische schade sterk per regio, zelfs binnen hetzelfde land en onder vergelijkbare omstandigheden. Wat verklaart die verschillen? Onderzoek van economen van Tilburg University laat zien dat sociale samenhang en familiebedrijven daarin een belangrijke rol spelen.
Het onderzoek gaat in op economische veerkracht: het vermogen van een gemeenschap om economische bedrijvigheid te behouden en zich aan te passen tijdens een crisis, in plaats van pas te herstellen nadat de klap is gevallen. In regio’s waar mensen zich meer met elkaar verbonden voelen, er langer wonen en zich betrokken voelen bij “hun” lokale bedrijven, blijkt men beter in staat om met economische schokken om te gaan. Tijdens de coronapandemie verloren regio’s met een sterke sociale samenhang bijvoorbeeld minder bedrijven. Familiebedrijven speelden daarbij een belangrijke stabiliserende rol.
Sociale relaties bepalen de veerkracht
Economische veerkracht gaat blijkbaar niet alleen over geld, maar ook over sociale relaties. De onderzoekers zagen dat in hechte gemeenschappen inwoners actief lokale ondernemers ondersteunen, bijvoorbeeld door geld in te zamelen. Bedrijven passen zich aan in plaats van te sluiten. Mensen accepteren tijdelijke verliezen om het lokale economische en sociale leven op de lange termijn te beschermen.
“Crisissituaties als pandemieën laten zien dat economieën geen abstracte systemen zijn,” zegt onderzoeker Joris Knoben. “Ze bestaan uit mensen, families en sociale banden. En wanneer die banden sterk zijn, zijn gemeenschappen en lokale economieën ook veerkrachtiger.”


Familiebedrijven zijn belangrijke schakel
Familiebedrijven blijken daar een belangrijke rol in te spelen. Gemeenschappen met een groter aandeel familiebedrijven verliezen minder bedrijven tijdens crises. Volgens Knoben denken familiebedrijven meestal op de lange termijn en zijn ze sterk geworteld in hun lokale gemeenschap. Eigenaren, werknemers, leveranciers en klanten kennen elkaar vaak persoonlijk. Wanneer een crisis toeslaat, kunnen deze bedrijven terugvallen op wat onderzoekers “survivability capital” noemen: inzet van familieleden, persoonlijke spaargelden, flexibiliteit en de bereidheid om op korte termijn offers te brengen.
Maar het gaat niet alleen om families die zichzelf helpen. Familiebedrijven fungeren vaak als schakel tussen de gemeenschap en de economie. Ze houden mensen aan het werk, ondersteunen lokale leveranciers en blijven verbonden aan hun regio, zelfs wanneer vertrekken makkelijker zou zijn. In hechte gemeenschappen vertalen familiebedrijven sociale banden naar economische veerkracht. Ze profiteren dus niet alleen van sterke gemeenschappen, maar helpen ze ook actief in stand te houden.
“Als we willen begrijpen waarom sommige lokale economieën veerkrachtiger zijn dan andere, moeten we familiebedrijven niet zien als ouderwets of marginaal”, aldus Knoben. “Juist in tijden van crisis vormen ze vaak de ruggengraat van gemeenschappen en lokale economieën.”
