Het welbevinden en het innovatief gedrag van werknemers vormen de motor van duurzame organisatieprestaties. Toch is het bevorderen van welbevinden en innovatie in de huidige wereld van werk, gekenmerkt door flexibiliteit én intensiteit, geen vanzelfsprekendheid. In zijn proefschrift onderzoekt Wilfred van den Brand hoe deze ontwikkelingen de dagelijkse werkbeleving beïnvloeden, wat dit betekent voor energie, motivatie en innovatief gedrag, en welke rol leiderschap daarbij speelt.
De veranderde realiteit van werk
Sinds de coronapandemie is thuiswerken niet meer weg te denken. De toegenomen flexibiliteit biedt voordelen, zoals een betere werk-privébalans, maar heeft ook nadelige gevolgen voor de sociale kant van werk. Tegelijkertijd ervaren veel mensen dat hun werk intensiever wordt: meer taken in minder tijd en oplopende prestatieverwachtingen. Die combinatie van verminderde sociale verbondenheid en toenemende intensiteit zet het dagelijks welbevinden en innovatief gedrag onder druk.

Thuiswerken: impact op energie en innovatie
Van den Brand onderzocht in vier dagboekstudies de impact van deze moderne werkkenmerken. De resultaten laten zien dat het verlies aan sociale verbondenheid op thuiswerkdagen leidt tot minder positieve emoties en daardoor minder enthousiasme en betrokkenheid. Bovendien vormen positieve emoties juist een belangrijke bron voor innovatief gedrag – het bedenken, delen en toepassen van nieuwe ideeën. Wanneer sociale verbondenheid ontbreekt, stokt het innovatieproces, vooral het delen en toepassen van ideeën.
Toch reageert niet iedereen hetzelfde. Werknemers met veel vertrouwen in hun eigen kunnen (hoge zelfeffectiviteit) blijken beter bestand tegen het verlies aan sociale interactie, maar ook zij floreren vooral wanneer zij regelmatig op locatie werken. Wie veel thuiswerkt, mist de sociale impulsen die energie en motivatie voeden.
Werkintensivering: leiders kunnen helpen of hinderen
Ook werkintensivering heeft een duidelijke impact op energie. Meer dagelijkse werkdruk en minder autonomie leiden tot emotionele uitputting. Maar de mate waarin werkintensivering uitputtend werkt, hangt mede af van de manier waarop leidinggevenden hiermee omgaan. Dagelijks versterkend (empowerend) leiderschap – gericht op participatie en het geven van verantwoordelijkheid en vertrouwen – kán helpen om uitputting te voorkomen, maar alleen, wanneer het met mate wordt toegepast. Wanneer leidinggevenden hierin doorschieten, kunnen verwachtingen te hoog worden, met het risico dat werknemers zichzelf voorbijlopen. Goed leiderschap draait dus om evenwicht: uitdagen zonder te overbelasten.
Balans als sleutel tot duurzame prestaties
De studies tonen aan dat zowel thuiswerken als werkintensivering de energie in organisaties onder druk zetten. Thuiswerken bedreigt de positieve energie die nodig is voor betrokkenheid en innovatie, terwijl werkintensivering de mentale reserves uitput. Duurzame prestaties vragen daarom om evenwicht tussen flexibiliteit en verbondenheid, en tussen stimuleren en overvragen.
