Veel werknemers ontvangen deze week hun vakantiegeld. Dat valt dit jaar netto niet voor iedereen gunstiger uit. Werknemers met inkomens vanaf circa € 2.500 bruto per maand tot ongeveer anderhalf keer modaal leveren vaak netto iets in ten opzichte van 2025. Werknemers met lagere inkomens en minimumloners zien een duidelijke plus. Dat blijkt uit berekeningen van HR- en salarisdienstverlener ADP.
Grootste plus bij lagere inkomens
Werknemers met lagere inkomens profiteren dit jaar het meest van de wijzigingen in het Belastingplan 2026. Parttimers met een bruto maandloon tussen de € 1.000 en € 2.250 ontvangen in veel gevallen netto meer vakantiegeld dan vorig jaar.
De grootste stijging is zichtbaar bij een bruto maandloon van € 1.000: daar bedraagt het verschil netto € 221 extra vakantiegeld ten opzichte van 2025. Ook werknemers met een bruto maandloon van € 2.250 gaan er fors op vooruit, met een plus van € 132 netto. Bij bruto maandlonen tussen € 1.250 en € 1.750 ligt de stijging gemiddeld tussen de € 13 en € 18 netto.
Alleen werknemers met een bruto maandloon van € 2.000 vormen een uitzondering: zij ontvangen netto ongeveer €5 minder vakantiegeld dan vorig jaar. Dat komt doordat de arbeidskorting in deze inkomensgroep minder snel wordt opgebouwd dan in 2025.
Ook werknemers met een minimumloon houden dit jaar netto meer vakantiegeld over. Bij een 36-urige werkweek bedraagt de stijging € 61 netto, bij een 40-urige werkweek € 60 netto. Daarbij is rekening gehouden met de wettelijke verhogingen van het wettelijk bruto minimumuurloon ten opzichte van vorig jaar.
Middeninkomens zien juist kleine daling
Voor werknemers met middeninkomens slaat het beeld om. Werknemers met een bruto maandloon van € 2.500 of € 2.750 houden ongeveer € 7 minder netto vakantiegeld over dan vorig jaar. De oorzaak ligt vooral in de aangepaste opbouw van de arbeidskorting. Werknemers met een modaal inkomen (€ 3.704 bruto per maand) of een inkomen van anderhalf keer modaal (€ 5.556 bruto per maand) gaan er ook iets op achteruit. Het verschil bedraagt respectievelijk € 5 en € 7 minder vakantiegeld dan vorig jaar. Dat komt onder meer door een lichte stijging van het belastingtarief in de middelste schijf en wijzigingen in de afbouw van inkomensafhankelijke loonheffingskortingen.
Bij een bruto maandloon van € 3.000 ontstaat juist weer een voordeel: deze werknemers ontvangen netto circa € 39 extra vakantiegeld. Door de belastingmaatregelen voor 2026 valt hun volledige inkomen nu binnen de laagste schijf, terwijl vorig jaar nog een klein deel in de middelste hogere schijf werd belast.


Reageren?
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.