Inhoud arbeidsovereenkomst
Hoeft de arbeidsovereenkomst juridisch gezien dus niet schriftelijk te worden vastgelegd, toch is de werkgever verplicht aan de werknemer een schriftelijke opgave te verstrekken met ten minste de volgende gegevens (7:655 BW):
• naam van de werkgever;
• naam van de werknemer;
• plaats waar de arbeid wordt verricht;
• functie of aard van de arbeid;
• datum van ingang van de overeenkomst;
• werktijden;
• overeengekomen loon en de vakantietoeslag;
• aantal vakantiedagen;
• opzegtermijn;
• einddatum gelijk aan de AOW-ingangsdatum (dit betreft uiteraard een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd);
• eventueel: of de werknemer gaat deelnemen in een pensioenregeling;
• eventueel: regeling voor de periode dat de werknemer voor langere tijd in het buitenland moet werken;
• eventueel: of de arbeidsovereenkomst een uitzendovereenkomst is;
• eventueel: welke CAO is van toepassing; en
• eventuele bijverdiensten (emolumenten) als dertiende maand, winstdeling e.d.
Vanaf 1 juli 2010 is het ook toegestaan om digitaal mededelingen over de arbeidsovereenkomst aan de werknemers te doen. De wijziging draagt volgens de overheid bij aan de lastenvermindering voor ondernemers
Werkgevers doen er verstandig aan ook niet-wettelijke zaken in een arbeidsovereenkomst op de nemen, waaronder:
• ontbindende voorwaarden;
• exoneratiebeding;
• concurrentiebeding;
• geheimhoudingsbeding; en
• van toepassing zijn van een CAO en/of bedrijfsreglement.
Arbeidsomstandighedenwet
Arbowet (inleiding)
De Arbowet, ingevoerd per 1 januari 1994, is bedoeld om de veiligheid, gezondheid en welzijn (VGW) van de werknemers te bevorderen. Uiteindelijk zal dit beleid tot lager verzuim en minder instroom in de WIA/WAO moeten leiden.
De wet legt de werkgever een zorgplicht op de drie genoemde gebieden zo goed mogelijk te behartigen, werknemers zijn verplicht instructies e.d. op te volgen. Daar staat tegenover dat werkgevers vanaf 1 januari 2001 onder voorwaarden een vermindering in de af te dragen loonbelasting en premie volksverzekeringen kunnen krijgen voor de aanschaf of (eigen) voortbrenging van zogeheten Arbobedrijfsmiddelen.
Op 1 januari 2007 is de Arbowet aangepast. Net als bij de Arbeidstijdenwet, legt de Arbowet zwaardere verantwoordelijkheden bij werkgevers en werknemers. De Arbowet 2007 schrijft niet meer tot in detail voor aan welke eisen ondernemingen moeten voldoen. Daarvoor in de plaats zijn er 'doelvoorschriften' gekomen waarin staat wat het beschermingsniveau moet zijn. Een voorbeeld is de norm dat werknemers niet zonder beschermingsmiddelen mogen werken in omgevingsgeluid van 85 decibel of meer. Werkgevers en werknemers moeten per sector regelen hoe ze dat bereiken. In discotheken waar werknemers langdurig worden blootgesteld aan harde muziek, zullen partijen andere maatregelen nemen dan op werkplekken waar zo nu en dan met lawaaierige machines wordt gewerkt.
Wet verbetering poortwachter (WVP)
Per 1 januari 2002 onderging het stelsel van de sociale zekerheid, en in bijzonder de regeling betreffende arbeidsongeschiktheid, belangrijke veranderingen qua organisatie en verantwoordelijkheden van de diverse partijen. De Wet verbetering poortwachter (WVP) is op 1 april 2002 ingegaan.
Uitgangspunten WVP
De Wet verbetering poortwachter is bedoeld om bij ziekte sneller in te kunnen grijpen en daardoor de instroom in de WIA/WAO te beperken. Andere uitgangspunten van de wet zijn:
• de primaire verantwoordelijkheid ten aanzien van preventie en re-integratie blijft liggen bij werkgevers en werknemers;
• alle inspanningen van werkgevers en werknemers moeten erop gericht zijn mensen die nog in staat zijn arbeid te verrichten, zo snel mogelijk hun werk te doen hervatten;
• aan degenen die echt niet meer in staat zijn arbeid te verrichten moet een permanente en adequate inkomensbescherming worden geboden.
Tijdstabel Wet verbetering poortwachter
|
Wanneer
|
Actie
|
|
1e ziektedag
|
ziekmelding door werknemer
|
|
uiterlijk dag 7
|
werkgever geeft de ziekte door aan de Arbodienst, welke dag is afhankelijk van afspraken met de Arbodienst
|
|
6e week
|
werkgever ontvangt van de Arbodienst een risico-analyse, nodig om Plan van Aanpak op te stellen
|
|
8ste week
|
werkgever stelt een Plan van Aanpak op in overleg met werknemer
|
|
vanaf 8ste week
|
regelmatige evaluatie van het Plan van Aanpak
|
|
42ste week
|
werkgever meldt het verzuim aan het UWV WERKbedrijf
|
|
44ste week
|
het UWV WERKbedrijf stuurt aan werkgever en werknemer een brief als de werknemer nog niet beter is gemeld. Deze brief wijst werkgever en werknemer op hun verplichtingen voor re-integratie
|
|
52ste week
|
werkgever en werknemer evalueren na het eerste ziektejaar de re-integratie van werknemer
|
|
20ste maand
|
werknemer ontvangt het re-integratieverslag van werkgever. De Arbodienst stelt het medische deel van het re-integratieverslag op
|
|
91ste week
|
werknemer dient op basis van het re-integratieverslag een aanvraag voor een WIA-uitkering in bij het UWV WERKbedrijf
|
|
104e week
|
besluit UWV over het toekennen van een WGA/IVA-uitkering
|
De Wet verbetering poortwachter geeft geen actiemomenten aan voor de eerste verzuimweken waar de zieke werknemer direct bij betrokken is. Toch is het verstandig om dan juist wel actie te ondernemen, waardoor vaak langdurig verzuim kan worden voorkomen. Meestal is de directe chef hiertoe de eerst aangewezene.